Homepage | Inloggen | Registreren |


Geschiedenis

Home > Cavalier > Geschiedenis

Toy Spaniel

In heel Europa werden spaniels gebruikt bij de jacht. Hun taak bestond uit het wild op te stoten en vogels te laten opvliegen, zodat de jager kon schieten. De hondjes die te klein waren om dienst te doen als jachthond, werden door vooraanstaande hertogen, graven en koningen in huis gehouden als gezelschapshondje, als verdelger van ongedierte en voor de dames als warmtebron op schoot, in de grote en koude paleizen. Dit was in die tijd echt een luxe en niet weggelegd voor het ‘normale’ volk.

Deze dwergvorm van de spanielachtige werd Toy Spaniel genoemd. Ze hadden een aantal eigenschappen gemeen met hun grotere soortgenootjes die voor de jacht gebruikt werden, zoals lange beharing met bevedering aan de voor- en achterbenen, sterk behaarde vlak afhangende lange oren, een vriendelijk en lief karakter en een onvermoeibaar kwispelend staartje.

De huidige cavalier is een directe afstammeling van deze kleine Toy Spaniels.

Schilderijen en beeldjes

Na verloop van tijd kwam de Toy Spaniel aan steeds meer hoven voor. Je ziet ze dan ook veel afgebeeld op schilderijen uit de 16e, 17e en 18e eeuw van kunstenaars, zoals zoals Van Dijck, Reynolds, Gainsborough, Titiaan, Stubbs en Romney. Met name samen met kleine kinderen of op de schoot van een adelijke dame. Op de schilderijen die het gezinsleven aan één van de vorstenhoven in Europa afbeelden, werden ze vaak in een hoekje afgebeeld. De spaniels hadden platte hoofden, hoog aangezette oren, ovale ogen en behoorlijk puntige neuzen.

Ook van Koningin Mary van Schotland was bekend dat zij verknocht was aan haar Toy Spaniel. Het verhaal gaat dat het kleine hondje zich tijdens haar onthoofding had verscholen onder haar rokken.

Dash van   Koningin Victoria

Dash van Koningin Victoria.

Koningin Victoria stond bekend om haar dierenliefde, maar van al haar huisdieren was Dash, een mooie driekleurige Spaniel, haar lieveling. Op schilderijen van Sir Edwin Landsheer, daartoe opgedragen door Koningin Victoria en nu in het bezit van de verzameling van de Koningin, is Dash te zienmet grote, ronde ogen, een bijna vlakke schedel en van een type zoals wij die tegenwoordig ook vaak zien.

Een ander schitterend schilderij van Landseer vinden wij in de Tate Gallery collectie in Londen. Het heet 'Cavaliers Pets'. Het is in 1845 geschilderd en toont een Blenheim, met een volmaakte spot en een driekleur, naast elkaar liggend. Op de meeste schilderijen uit de 17e eeuw en later, die zich in de kunstgaleriien in Europese steden bevinden, zien wij Cavaliers afgebeeld als een gezinshond.

Dash en Cavaliers Pets zijn op grote schaal gereproduceerd in de vorm van miniaturen of briefkaarten. Samen met de beeldjes uit Staffordshire die bekend staan als de 'Wally Dogs' en die in het Victoriaanse tijdperk zo populair werden, zijn ze op menige schoorsteenmantel in de huizen van Cavalier liefhebbers terug te vinden.

King Charles Spaniel

In de tijd van de Tudors (1485-1603) was de Toy Spaniel het meest geliefd bij de dames aan het hof. In de periode van de Stuarts kwam koning Charles II in 1660 aan de macht. Charles I had zijn voorliefde voor de Dwergspaniel doorgegeven aan zijn zoon, Charles II, die op zijn beurt de fakkel doorgaf aan zijn opvolger, James II. Charles II was zo weg van de hondjes, dat hij altijd werd omringd door enkele spaniels. Hij genoot ervan als een aantal dwergspaniëls meeliepen en in zijn slaapkamer gingen liggen. Hij heeft zelfs een besluit uitgevaardigd, waarin hij bepaalde dat deze honden in alle openbare gelegenheden moesten worden toegelaten, zelfs in de Houses of Parliament. Er werd beweerd dat deze vorst het veel drukker zou hebben met zijn hondjes, dan met de staatszaken. De hondjes werden al snel de spaniels van King Charles genoemd, oftewel King Charles’ spaniels. De oorsprong van de naam van deze hondjes.

Waarschijnlijk is hij door zijn zus in aanraking gekomen met een de Toy Spaniel. Zij werd door Mignard in 1665 afgebeeld met een Blenheim Spaniel op schoot.

Blenheim Palace

De benaming van de rood-witte variëteit van de Cavalier verraadt nog de link met de adel. In de 19e eeuw fokten de Hertogen van Marlborough in Blenheim Palace Toy Spaniels een speciale stam met een roodwitte kleurslag. Vandaar dat deze kleurslag later de naam Blenheim heeft gekregen. Van dit type spaniel is bekend dat ze iets groter waren en veel voor de jacht werden gebruikt. Maar deze spaniels waren zeker ook zeer geliefd als gezelschap voor de dames.

De gewenste ‘spot’ bij de rood-witte Cavalier vindt zijn oorsprong in een verhaal over Sarah, de Hertogin van Marlborough. Haar man was betrokken bij de slag om "Blenheim". Ze was hier zo ongerust over dat ze herhaaldelijk haar duim drukte op het hoofd van een spaniel die moest werpen. Toen dit teefje later puppies kreeg, hadden ze allemaal een 'duimafdruk'-aftekening op hun hoofd. Tegenwoordig is deze ruitvormige vlek of 'spot' een gewaardeerd raskenmerk.

Mopshond

Toen het koningschap van de Stuarts werd overgenomen door het Hollandse Hof en Willem III aan de macht kwam, daalde de populariteit van de King Charles Spaniel en kwam de Mopshond in de mode aan het Hof in Engeland. De King Charles Spaniel werd met deze kortsnuitjes gekruist en kreeg een platte snoet en een veel boller hoofdje, waardoor ze op pekinezen gingen lijken. Deze kortsnuitige honden zijn wat wij nu de King Charles paniel niemen. Geruime tijd bleven de kortsnuitige en de ‘normale’ dwergspaniels, naast elkaar bestaan. Maar rond de eeuwwisseling was de oorspronkelijke King Charles spaniel, zo goed als verdwenen.

Toy Spaniel Club

Vroeger waren er nog geen hondententoonstellingen en werd er nog niet volgens bepaalde rasstandaarden gefokt. Dit had tot gevolg dat er binnen één ras een groot verschil in type en grootte bestond. Tijdens de regering van koningin Victoria begon men hondenshows te organiseren en het honden fokken werd wat serieuzer aangepakt. Fokkers probeerden een bepaald standaardtype te verkrijgen. Bij de King Charles Spaniel streefde men, onder invloed van de heersende mode, naar een korte snuit, hooggewelfde schedel en laag aangezette oren. Dit type werd rond 1850 door selectief fokken en inkruisen van andere rassen ook bereikt en is momenteel nog steeds onder de naam King Charles Spaniel bekend.

In 1886 werd de Toy Spaniel Club opgericht en werden er kleurslagen vastgesteld:
•        King Charles (black en tan)
•        Prince Charles of King Charles I (driekleur)
•        Blenheim (rood met wit)
•        Ruby (effen rood)

Deze kleurbenamingen waren van toepassing voor de kortsnuitige King Charles Spaniels, maar ze komen nog bij beide rassen voor. Alleen de benamingen voor driekleur en black en tan zijn in plaats van de vroegere benamingen gekomen.

In het boek "Hondenrassen II" van H.A. Graaf van Bylandt uit 1904 foto's staan van de blenheim spaniels van Dhr. G. Boerlage te Velsen en van Dhr.M.Dobbelman uit Rotterdam. In het boek is tevens een van de eerste standaards opgenomen van de Toy Spaniel. De foto's tonen zowel de King Charles als de Cavalier King Charles zoals wij die nu nog kennen. Deze spaniels zijn, voor zover wij weten, niet in het stamboek (NHSB) van de Raad van Beheer op Kynologisch gebied in Nederland opgenomen.

Roswell Eldridge

Roswell Eldridge was een Amerikaanse liefhebber van de ouderwetse Toy Spaniel. Toen hij in 1926 Engeland bezocht, was hij dan ook onaangenaam verrast dat hij geen langsnuitige exemplaren in 'levende lijve' kon vinden. Hij probeerde hier wat aan te doen door op de Crufts Tentoonstelling (de grootste hondenshow ter wereld) in Londen een beloning van £ 25 (in die tijd een klein kapitaal) uit te loven voor de beste reu en teef, die het meest voldeden aan de types in de tijd van koning Charles II. De Crufts Dog Show gaf hem toestemming tot het plaatsen van een mededeling in de catalogus van 1926:

Schilderij The Cavalier's Pets door Edwin Landseer.

The Cavalier's Pets.

Blenheim Spaniels van het Oude Type, zoals afgebeeld op schilderijen uit de tijd van Karel II, lange voorsnuit, vlakke schedel, niet gewelfd, met een spot bovenop de schedel. De eerste prijs van 25 pond in de klassen 947 en 948 worden uitgeloofd door Roswell Eldridge uit New York, USA. De prijzen worden uitgeloofd voor de honden die dit gewenste type het dichtst benaderen.

Bij de mededeling werd een afbeelding van Landseer's Cavaliers Pets uit 1845 geplaatst. 1845

Al eerder, in 1924, had Chow Chow fokker, Mrs Hewitt Pitt een blenheim King Charles Spaniel teef gekocht als kadootje voor haar moeder. Toen ze met de teef, die Waif Julia heette, naar Miss Brunne van de Hentzau King Charles Spaniel ging om haar te laten dekken, kreeg zij te horen dat de teef ingeschreven zou kunnen worden in de klas waarvoor Roswell Eldridge zijn geldprijs had uitgeloofd. Waif Julia werd in deze klas ingeschreven en won de klas en de geldprijs.

Deze beloning werd vijf jaar lang ter beschikking gesteld. De King Charles fokkers namen dit niet erg serieus. Ze waren jarenlang bezig geweest om die lange snuiten weg te krijgen en waren daarom niet erg enthousiast. Toen er na vijf jaar geen prijzen meer werden uitgeloofd, was er nog slechts een enkeling bereid om zich in te zetten voor het oorspronkelijke type.

Cavalier King Charles Spaniel

Onder leiding van Hewitt Pitt (Ttiweh Kennel) richtte dit kleine groepje in 1928 een club op. Ze had ruime ervaring in de hondenfokkerij: haar vader had meegewerkt aan het opzetten van de Basset Hound fokkerij in Engeland rond 1880. Hewitt Pitt werd secretaris en voorzitter was Mostyn Walker.

Ann's   Son

Ann's Son.

Om verwarring met de kortsnuitige te verkomen werd ‘cavalier’ aan de naam toegevoegd. Vernoemd naar het schilderij The Cavalier's Pets van Edwin Landseer. Op hun allereerste bijeenkomst op de Cruft Show in 1928 werd de eerste standaard opgesteld. Als levend voorbeeld diende Ann’s Son, een blenheim reu van de voorzitster Mostyn Walker. Bovendien hadden de leden alle reproducties met Toy Spaniels uit de 16e tot 18e eeuw die men had kunnen vinden, verzameld om als voorbeeld te dienen voor de standaard. Het ras moest ook beschermd worden tegen allerlei mode-invloeden en trimmen werd dan ook verboden.

Er werden punten toegekend voor de diverse kenmerken, in totaal 100. Veel aandacht werd gegeven aan het hoofd en niet minder dan 55 punten werden toegekend aan de verschillende onderdelen van het hoofd, zoals ogen, oren en schedel, hoewel onder Algemeen Voorkomen werd bepaald dat de honden 'levendig, sportief en zonder angst' moesten zijn.

Ann’s Son werd op Crufts in 1928, 1929 en 1930 beste reu in de klassen waarvoor Roswell Eldridge geldprijzen had uitgeloofd. In 1936 kwam hij, op negen jarige leeftijd terug in de ring en werd weer het beste van het ras.

De meeste fokkers probeerden het originele type terug te fokken door King Charles Spaniels met te lange snuiten te gebruiken. Hoewel de Club zeker geen kruisingen aanbevolen, gebruikte pioniers kruisingen met andere rassen om de langere snuit te verkrijgen. Er werd geëxperimenteerd met kruisingen van andere rassen, zoals Cockers, Papillons en Welsh springers. Het is een feit dat er in de stambomen van sommige van onze hedendaagse honden nog kruisingen met Cocke Spaniels zijn terug te vinden. De genenpool was nogal beperkt en een klein aantal honden komt meerdere malen voor in de stambomen van de eerste Cavaliers, met name Ann's Son.

De start van de Engelse club verliep zeer moeizaam, maar doordat bekende fokkers behulpzaam waren en advies verleenden kwam het toch langzaam op gang. In de eerste jaren waren er geen klassen voor Cavaliers op de tentoonstellingen in Engeland en ze moesten worden ingeschreven in klassen die open stonden voor honden van rassen waar nog geen normale klassen voor bestonden en er waren nog geen kampioenschappen te winnen, waardoor de meeste serieuze fokkers nauwelijks aandacht hadden voor dit onbekende ras.

Na vijf jaar was er nog weinig bereikt. De Kennelclub vond dat het ras nog niet voor erkenning in aanmerking kon komen, omdat er nog teveel verschil in type was en de aantallen erg klein waren. Rond deze tijd overleed Roswell Eldridge. Helaas heeft hij niet meer mogen meemaken wat zijn vriendelijke gebaar voor resultaat heeft gehad.

Daywell Roger

Daywell Roger.

De kleine groep enthousiastelingen hield stug vol en in 1945 werd het ras door de Engelse Kennelclub erkend als apart ras, naast de King Charles Spaniel. Het jaar daarop werd de eerste kampioenschapsclubmatch gehouden. Beste van het ras werd de legendarische Daywell Roger. In 1948 werd hij de eerste Cavalier kampioen. Ook als dekreu was hij zeer succesvol, elf van zijn kinderen werden engels kampioen en hun kinderen hadden weer grote invloed op het ras.

In deze tijd werd de rasstandaard herzien en het oorspronkelijke puntensysteem, waarbij zoveel nadruk was gelegd op het hoofd, verdween. In de nieuwe standaard kwam onder Algemeen Voorkomen te staan dat de honden 'levendig, sierlijk en harmonisch gebouwd moeten zijn, absoluut zonder angst en sportief van karakter, heel vrolijk en zonder trimmen of kunstmatig kleuren'.

Hewitt Pitt bezocht in 1978 de Golden Jubilee Show van de Cavalier King Charles Spaniels Club en zij zag het resultaat van haar noeste arbeid in het grote aantal ingeschreven Cavaliers op die dag. Ze overleed in december van hetzelfde jaar. Tegenwoordig vinden wij haar kennelnaam terug in stambomen van alle tegenwoordige Cavaliers over de hele wereld.

Cavalier in Nederland

Eén van de elf kampioenen van Daywell Roger is Harmony of Ttiweh, een Blenheim reu, die in 1954 door Mevrouw van den Boom uit Eefde uit Engeland werd geïmporteerd. Hij was de eerste Cavalier, die op het Europese continent werd geshowd in Ahoy Rotterdam. Hij werd Kampioen en eindigde in de groep "dameshondjes" op de 2e plaats. Het was niet alleen een primeur voor Nederland, maar tevens voor het vasteland van West-Europa.

Op 18 november 1954 werd het eerste nestje Cavalier King Charles Spaniels in Nederland geboren. Vader was CH. Daywell Roger en moeder was Ttiweh Sorrel of Dendy. Het nestje bestond uit 1 reutje en 4 teefjes, alle blenheim. Hun namen waren: Fanfare for Charles, Fanfare for Minette, Fanfare for Elisabeth, Fanfare for Josephine en Fanfare for Mia. Het tweede nestje in ons land werd geboren op 08 juli 1955.

Mevrouw van den Boom heeft sindsdien het ras verder in Nederland en Europa gepromoot. Zij is tegenwoordig ook de Beschermvrouwe van de Cavalier Club Nederland.

Na verloop van tijd gingen meerdere liefhebbers het ras showen en fokken. De aantallen bleven echter zeer beperkt ten opzichte van andere in Nederland voorkomende rassen. Maar, mede door zijn vrij en vrolijk karakter en zijn handige maat, raakten steeds meer mensen in de ban van de Cavalier.

In 1981 was het zover: De rasvereniging voor de Cavalier werd opgericht: De Cavalier Club Nederland. Op dit moment hebben een groot aantal gezinnen in Nederland het voorrecht een Cavalier te bezitten.

Homepage | Sitemap | Contact | Colofon | Veel gestelde vragen | Hondenpage